INTERVIEW met Robert van den Dungen

Ik ben een bijzonder gelukkig mens, voel mij een echte bofkont.

 Zo begint ons gesprek met hem.

 De avond dat wij deze afspraak hadden was ook wel bijzonder: 4 mei, omdat om 8 uur de 2 minuten stilte bij hem ook herinneringen boven bracht.

In een ontspannen sfeer vertelt hij zijn verhaal: geboren in 1943 in Arnhem.

Wat hij zich herinnert van de slag om Arnhem was hun kapotgeschoten huis, waardoor zijn ouders gedwongen werden te vluchten.

Hij voelt zich ook een echt oorlogskind, omdat zijn ouders daar nog lang heel veel last van hebben gehad. Uiteindelijk verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar zij een woning kregen van Joodse mensen die niet uit de oorlog waren teruggekeerd. (De papieren voor de overname van de inboedel heeft hij nog allemaal.)

Dit alles heeft veel invloed op hem gehad voor zijn verdere leven, maar hij vindt zich nog evengoed een bofkont.

 In een gezin dat katholiek geworden was, vanwege de hulp die de kerk kon bieden, groeide hij op en ging er naar school o.a. bij de paters Jezuïeten. Na zijn avondstudie HTS meet-en regeltechniek (cyberneticus), kon hij bij Shell komen werken in research. Zo begon hij met het maken van modellen van technische installaties maar ook economische modellen zoals dat van de club van Rome, (grenzen aan de groei) omdat ook Shell zich bezighield met milieubewustwording.

Bij het vervolg van zijn carrière, ook internationaal bij uitzendingen, werd hij technisch specialist in allerlei functies, maar techniek alleen was voor hem te saai.

In 1967 trouwde hij en kon via een hypotheek,waarvoor Shell garant stond, een huis kopen in Heemstede, omdat hij wist dat zijn werkterrein in Den Haag zou komen te liggen.

Na de geboorte van hun dochter werd hij uitgezonden naar Curaçao, waar het gezin werd uitgebreid met een zoon. De tijd daar was een droomtijd, er was hulp in de huishouding, waardoor er veel tijd was om bezig te zijn met de kinderen in het gezin, maar ook voor sporten als duiken, tennis, hockey en zeilen, met een rijk sociaal leven.

Zijn uitzending naar Venezuela had helaas een minder prettige kant door de onveiligheid in het land, die ook hun noodlottig is geworden.

Dat betekende een ommekeer in zijn leven. En passant vertelt hij ook over de mooie kanten van het leven daar, zoals veel uitstapjes in de Caraïben en naar Curaçao in een eigen vliegtuig.

Wie zou daar niet van dromen, zegt hij om het te relativeren. Dus nog steeds een bofkont.

Na zijn uitzending werd hun thuis nu in Aerdenhout gevonden, daar pakte hij zijn sporten en sociale leven weer op, was 7 jaar voorzitter van het schoolbestuur en zo kreeg het leven weer vorm.

In het kader van zijn duursporttraining lag een mooie uitdaging om tot zijn pensioen 2 keer per week op de fiets 45 km naar en van het werk te gaan, want sportief is hij wel, dat is te zien aan de vele bekers in zijn kantoor. Hoogtepunt vond hij de twee Elfstedentochten die hij als marathonschaatser goed getraind kon rijden.

Op zijn 50ste kon hij bij de Shell met pensioen.

Maar hij was nog lang niet uitgewerkt en zo begon hij vanuit een eigen BV te werken als organisatieadviseur. Daar gebruikte hij deze keer zijn kennis om via modellen, nu van intermenselijke processen, binnen de bedrijven de noodzaak tot verandering helder te maken.

Robert woont nog maar kort in De Zilk. Najarenlang mantelzorger te zijn geweest voor zijn vrouw, hebben zij samen besloten een zorgappartement voor haar te kopen en voor Robert een kleiner huis en dat vond hij uiteindelijk in De Zilk, voor hem toen nog een onbekend dorpje.

Zijn enige sport is nu nog golf en dus erg belangrijk, dat De Zilk niet te ver van zijn golfclub in Zandvoort ligt, met een bijzonder mooie baan.

Vraagje van de redactie: Als je zo onbekend was met De Zilk, hoe werd je dan zo snel voorzitter van de Stichting Wassenaar?

In “de Noordwijkerhouter” las ik het verhaal over de onmin tussen Kees en het bestuur van de Stichting Wassenaar en hoorde over een vacature bij de stichting. Ik zag hier een uitdaging om te proberen tot een betere communicatie tussen partijen te komen.

Ik kreeg het vertrouwen van het zittende bestuur en zo kon ik ervoor zorgen dat Kees een prachtig afscheid kreeg.

Een verschil van mening over kernaspecten van besturen van een maatschappelijke organisatie, vooral t.a.v. transparantie en verantwoording, zeg maar openheid, stond mijn functioneren uiteindelijk in de weg en ben ik gestopt als voorzitter. Hij wijst op een prachtig boeket bloemen dat hij als dank van de Stichting Wassenaar had gekregen.

Of hij echt in De Zilk wil blijven wonen? Voor nu is het goed zo. Met een goede gezondheid kan hij zelfstandig wonen en golven bij zijn club in Zandvoort en met alle ruimte voor een warme latrelatie.

Over zijn inzet voor de Duinpan zegt hij: “Ik ben geen wereldverbeteraar …maar als er iets op mijn pad komt waarvoor ik iets bij kan dragen aan betere intermenselijke verhoudingen, wil ik mij daar graag voor inzetten. Niet bestuurlijk meer, maar wel met advies. Laat maar komen”.

Naar mijn ervaring is het een hele uitdaging om bij de gemeente Noorwijk, zowel politiek als ambtelijk, aandacht te krijgen voor de leefbaarheid van een kleine  woongemeenschap als De Zilk. Ook mijn inzet voor de huisvesting van een huisarts, zoals het door de gemeente Noordwijk geplande, maar ook weer verlate “GOED”, is daar een goed voorbeeld van.